Je voelt dat je een Bond film zit te kijken wanneer het in beeld komen van een auto een applaus krijgt. Natuurlijk niet zomaar een auto, de Aston Martin DB5, maar Bond’s liefde sinds haar debuut, 48 jaar geleden.
Ik zat tussen de mensen die klapten voor de auto. Maar ik hield m’n handen op elkaar. Ik zette alleen een glimlach op en genoot stilletjes van alleen al de geniale manier waarop de auto in beeld werd gebracht. Dit was mijn momentje.
Skyfall zit vol met momenten als deze. En hoe moeilijk ook, ik zal niets verklappen om zo het genot van openvallende mondjes en (misschien) rollende tranen niet te verpesten. Wat wél gezegd kan worden: Skyfall is een van de beste Bond films in het 50 jarige bestaan van de meest succesvolle film franchise. Ja? Ja.
Als een kunstwerk geregisseerd (let op de beelden in Londen) zit de film vol babes, kogels, explosies, vuistgevechten en oogverblindende locaties. Alles wat je zou verwachten van een gemiddelde Bond film. Maar juist het onverwachte is wat je aandacht grijpt; een haast Harry Potter-like verleden, met vleugjes dreiging en hoogmoed a la Hannibal Lecter, woordspelingen a Heath Ledger’s Joker, allemaal verpakt in een blonde (!) Javier Bardem. En wanneer de film haar laatste half uurtje in gaat wordt je omver geblazen door de vele plot twists en verrassingen, dat het een bijna perfecte fundering legt voor zeker weten nog eens 10, 20, fuck it, 50 jaren Bond. Skyfall, denk ik, kan zomaar eens de belangrijkste Bond film zijn sinds de gekte lang geleden startte.
Kort gezegd, Skyfall laat zien dat er vooral wijsheid zat in het casten van Daniel Craig als Bond, ruim 6 jaar geleden. Of misschien, juist in het casten van de eerste anti-Bond sinds een lijn van Roger Moore tot Pierce Brosnan. Ja, zelfs getekend en gekneusd ziet hij er nog stijlvol sterk uit (yep, Craig’s borst is in Skyfall vaker bloot dan die van de Bond-women). En toch is er een soort dwingende bezieling in zijn spel te zien. In tegenstelling tot bijvoorbeeld, laten we zeggen, Roger Moore, geeft hij de kijker het gevoel dat er een prijs is die je betaalt voor het doden van zo’n 14, 15 boeven per film. Een geestelijke prijs, in tegenstelling tot wat de stomerij rekent voor het verwijderen van die bloedvlekken in je tuxedo.
